Gisteren avond was het zo koud in de kamer dat typen op de telefoon onmogelijk was.
Maandag 11 maart.
We vertrekken vanuit Manang.
Ik loop achter een vrouw. Klein, gedrongen en op haar gezicht de tekens van het harde leven, groeven, rimpels, de huid donker geblakerd door wind en zon. Een gouden oorring en een gouden neusring. 50 jaar oud. En ze draagt op haar rug 30kg aardappelen de berg omhoog. Ergens stoppen we om te rusten en delen en pak koekjes. En ze rookt een smaakvolle sigaret. Het fijne aan deze ontmoeting is haar ritme. Ze loopt precies de snelheid die ik kan bijhouden op deze hoogte. En zij loopt heel gelijkmatig. Alles gaat hier de berg omhoog op de rug van mensen of dieren.

Het is 4 uur lopen naar Yak Kharka, over een smal pad constant omhoog de bergen in.

En ergens een kopje gember thee met limoen en honing.

We verblijven in Yak Kharka op 4018m.
Dinsdag 12 maart

Het was een koude nacht en koud in de ochtend.
We lopen naar Thorang Pheidi 4560 m. De afstand is niet zo groot. Om te acclimatiseren is het beter om elke keer niet hoger dan 400m dan de vorige nacht te slapen.

Daar in de verte de Annapurna 4 en de Gangapurna.
De gehuchten hier hebben geen inwoners; ze zijn voor de caravan van muildieren en mensen die trekken.

In het midden de houtkachel.


Het eten goed, slapen gaat minder. Ook al heb ik bijna al mijn kleren aan is het koud. Nachts moet ik naar het toilet in het out house. Alles is bevroren. En als ik weer terug in de slaapzak kruip is deze inmiddels ook ijskoud. De sterrenhemel over de toppen van de Himalaya is magnifiek.
Woensdag 13 maart
De wekker gaat om 03:00. Ik was toch al wakker en keek naar de sterren door het raam en de contouren van de toppen. Ik heb aangekleed geslapen dus hoef alleen mijn kleren recht te trekken en schoenen aan. Om 4 uur vertrekken we de berg omhoog. De hoofdlamp schijnt zijn lichtbundel over het besneeuwde en bevroren pad stijl omhoog. De ademhaling is zwaar en voor elke 4 kleine stappen 4 ademhalingen en de boeddhistische mantra Om Mani Padme Hum = Laat de lotusbloem zich openen.
Rond 5 uur bereiken we High Camp. We hadden gekozen om daar niet te slapen omdat het duur is en er is nog minder zuurstof z’n 50% en dat maakt het slapen lastig.



We lopen door onder de sterrenhemel van de Himalaya en langzaam komt achter de toppen de zon op. Elke stap is een ademhaling. De stijgijzers onder mijn schoenen geven houvast. Ik zie andere lichtjes ook de berg omhoog kruipen. Ook overvalt me de gedachte waaraan ben ik begonnen? Mijn longen doen pijn, het hart klopt snel, de afgrond is diep. Het landschap adembenemend. Ram, de gids loopt achter mij en gebaard om af en toe op een steen te zitten.
Na elke heling komt er nog een het lijkt wel de Tantaluskweling.
Uiteindelijk om 09:45 komt die in zicht: Thorang La Pass 5416 m.

Alle vermoeidheid verdwijnt.

Thorang La is een bergpas, in het verleden de verbindingsroute tussen Tibet, Nepal en India. Nu nog maar een toeristische attractie voor Europeanen die komen trekken. In het kwartier dat we er verblijven komen er z’n 20 langs.
Voor 12 uur moet men langs de pas zijn. De wind maakt het later bijna onmogelijk om te lopen. Het water in de rugzak is bevroren. Ik had moeten luisteren en een thermoskan met warm water meenemen.
En dan aan de andere kant van de pas omlaag naar Muktinath op 3802m.

Dat is nog een lange pittige wandeling. Vanwege vermoeidheid val ik een aantal keren gelukkig zonder gevolgen.
Rond 16 uur zijn we in Muktinath en er barst een sneeuwstorm los.
Ik kan weer douchen. Al vier dagen de zelfde kleren en niet eens meer mijn handen gewassen.
De douche is een opluchting.