Pokhara – Chitwan. 21 maart 2024

In de vroege ochtend ga ik koekjes kopen bij de mevrouw van het winkeltje dat van 6:30 uur tot middernacht open is tegenover het hotel. Zij trakteert me op een kopje masala thee. Dat is lekker. Als ik de koekjes wil afrekenen geeft ze me twee kleine potjes masala poeder, for your wife, zegt ze, and when you come again, you stay in my place. Don’t pay hotel!

Dit is de vijfde of zesde uitnodiging die ik krijg om bij iemand te logeren, weliswaar altijd met Gwen erbij. Ach, mensen zijn zo hartelijk hier!

Een taxi brengt me naar het moderne vliegveld van Pokhara waar chaos heerst. Alle vluchten van gisteren en vandaag naar Kathmandu zijn geannuleerd wegens slecht weer maar ons vliegtuigje van Buddha Air naar Chitwan trotseert de wolken en land met een uur vertraging.

Ik probeer uit te vinden of het vliegtuig in China, India, Brazilië of ergens anders gebouwd is.

Op de motor staat Pratt&Whitney dependable engines. Dat geeft vertrouwen!

En zo versleten en verkleurd als de sticker is, is het hele vliegtuig. Maar, voor minder dan de prijs van een treinreis van Maastricht naar Amsterdam, kan ik in 20 minuten vliegen naar Chitwan, in plaats van zeven uur in een bus hobbelen.

Op het vliegveld staat een meneer met mijn naam op een papiertje en hij brengt me in een busje naar het hotel.

Het hotel is super luxe met een zwembad en een eetzaal met buffet van verschillende gerechten.

In de middag is gepland een bezoek aan een Tharao Village. De Tharao’s zijn de inheemse bevolking van de laag landen, de Terai van Nepal.

In een bus met 14 Turkse vrouwen, de mannen zijn aan het raften, gaan we daarnaartoe. Voor mijn gevoel is het toerisme om armoede te zien!

Daarna gaan we met het busje naar de rivier om de zonsondergang te zien. Daar lopen honderden Chinezen, Koreanen, Duitsers etc rond.

Onderweg zien we een aantal dieren zoals asiatische rhinoceros, herten en krokodillen.

In deze regio wordt heel veel rijst aangeplant, en per jaar zijn er twee oogsten van rijst en eentje van een ander graan. Dus drie oogsten per jaar per perceel.

Alle lokale mensen die de gelegenheid hebben, vragen me waarom ik alleen reis. En blijkbaar vinden ze me zielig, want ze houden me veel gezelschap.

Ook vanavond bij het avonddiner stonden de hele tijd één of twee obers naast mijn tafel om mij gezelschap te houden met praatjes en grapjes en vragen over mijn leven. Dat is toch wel bijzonder!

Ik moet toegeven dat tussen zoveel luxe en het contrast met enorme armoede, en alles super organiseerd voel ik me een beetje verloren en ook een beetje eenzaam.